"VOOR MIJ IS ARCHITECTUUR EEN RUIMTELIJK ANTWOORD GEVEN OP DE MAATSCHAPPELIJK VRAGEN VAN VANDAAG. EN VOOR ALLE DUIDELIJKHEID: TOERISTISCHE ARCHITECTUUR AAN DE KUST DIE AMPER VIER MAANDEN PER JAAR OPTIMAAL WORDT BENUT, BIEDT ONVOLDOENDE ANTWOORD." - MARC MARTENS

Oostende bewijst met een aantal innovatieve bouwprojecten dat architectuur aan de kust meer kan zijn dan appartementsblokken en buitenverblijven. Met projecten als het Milho (Beel & Achtergael), een voormalig militair hospitaal, en het gezondheidscentrum Koninklijke Villa (Broeckx architecten), gaat de stad opzoek naar een moderne en duurzame invulling voor haar patrimonium. Langzaam volgen andere badsteden het voorbeeld van hun grote zusterstad, steeds meer investeren ze in het herwaarderen van (stad)landschappen.

Steeds meer Belgische badsteden besteden aandacht aan kwalitatieve architectuur en stadsontwikkeling. Oostende neemt daar een voortrekkersrol in. De stad kent een rijke architectuurgeschiedenis (denk maar aan de stedelijke ingrepen van Leopold II en het modernistisch patrimonium met het postgebouw door Eysselinck als blikvanger) en is bezig aan een culturele en architecturale revival. Een project als het Militair Hospitaal (Beel & Achtergael architecten i.s.m. Groep 3 architecten) is veelbelovend betreffende herbestemming en sociale gelaagdheid. Het biedt plaats aan een 220-tal wooneenheden en voorziet een gedifferentieerd woningaanbod voor een gevarieerd publiek. Net als het ‘Milho’ tracht Residentie Krekenhof (architectenbureau Lams – Van Mieghem), een project dat een antwoord tracht te formuleren op de toenemende verdichting, tevens ook tegemoet te komen aan mensen die permanent aan de kust willen wonen.

Dat ook andere delen van de kust onderworpen worden aan een duurzamere herdefiniëring van reeds bestaande (stad)landschappen, bewijzen tal van initiatieven van de provincie West-Vlaanderen. Zo is er Leefbare Haven Zeebrugge, een geheel van landschappelijk plannen met als doel de hinder van de haven van Zeebrugge voor de omliggende dorpen te verminderen en te dempen.
 

STADSREGIO MET LANDSCHAPSPARKEN

De Belgische kust, een architecturaal en stedenbouwkundig buitenbeentje? We vroegen het aan Marc Martens, architect/ruimtelijk planner, zaakvoerder van het bureau voor architectuur & planning (ba-p) en bezieler van de studie '(Beeld)kwaliteit aan de kust –tussen behoud en ontwikkeling'. Hij pleit voor een ruimtelijk ontwerp voor de gehele kustlijn. "Er zou voor de kust een strategisch structuurplan moeten worden ontwikkeld, naar analogie met dat van Antwerpen."

Monofunctionele bouwwoede

Dat er aan de Belgische kust veel gebouwd wordt staat buiten kijf, maar of deze bouwwoede resulteert in kwalitatieve en duurzame architectuur, daar heeft Marc Martens zo zijn bedenkingen bij. Volgens Martens zijn er verschillende factoren die een platform voor kwalitatieve hedendaagse architectuur aan de kust bemoeilijken. "Het tekort aan interessante hedendaagse architectuur is in de eerste plaats het gevolg van de monofunctionele bouwvisie van projectontwikkelaars. Zij willen zo rendabel mogelijke gebouwen optrekken, gericht op één doelgroep: toeristen." Zo'n visie is niet alleen nefast voor de architecturale kwaliteit van de projecten, maar is naar duurzaamheid alles behalve gunstig. "Net doordat de vastgoedmarkt aan de kust hoofdzakelijk gericht is op tijdelijke huurders (toerisme, tweede verblijven), komt de kost van het verbruik niet bij de eigenaar terecht, maar bij de huurder. Hierdoor is de vastgoedsector minder geïnteresseerd om te investeren in duurzame projecten". Bovendien is veel bebouwing aan de kust al na 15 jaar afgeschreven, waarna afbraak wordt overwogen. "Deze korte economische levensduur is natuurlijk ook niet meteen een goed voorbeeld van duurzaam bouwen."
De socio-economische situatie aan de kust is volgens Martens een tweede belangrijke factor en direct verbonden met de vorige. De gemeentefinanciën spelen een doorslaggevende rol in het architectuurbeleid. "Een gemeente aan de kust haalt uit de taks op tweede verblijven zo veel inkomsten, dat dit gewoon een markt is waar ze niet omheen kunnen."

 

Oostende als 'pilootstad' voor andere
kuststeden

Sommige badsteden besteden wel aandacht aan kwalitatieve architectuur en stadsontwikkeling. Oostende neemt daar volgens Martens een voortrekkersrol in. De stad kent een rijke architectuurgeschiedenis (denk maar aan de stedelijke ingrepen van Leopold II en het modernistisch patrimonium met het postgebouw door Eysselinck als blikvanger) en is bezig aan een culturele en architecturale revival. Een project als het Militair Hospitaal (Beel & Achtergael architecten i.s.m. Groep 3 architecten) is, volgens Martens, veelbelovend betreffende herbestemming en sociale gelaagdheid. Het Militair Hospitaal biedt plaats aan een 220-tal woongelegenheden en voorziet een gedifferentieerd woningaanbod voor een gevarieerd publiek. Door de decentrale ligging vreest hij echter dat het hefboomeffect voor de stad miniem zal zijn, ondanks goede uitgangspunten, zoals een sociale mix en een duurzame herbestemming.
Het AGSO (Autonoom Gemeentebedrijf Stadsvernieuwing Oostende) stimuleert de ontwikkeling van projecten die de kwaliteit van de leefomgeving verbeteren. Dit gebeurt via het organiseren van open oproepen en wedstrijden. Daar waar het Militair Hospitaal (AGSO werkt hier ook aan mee) een project is dat zich buiten een woongebied bevindt, is Residentie Krekenhof (architectenbureau Lams – Van Mieghem) een project dat een antwoord tracht te formuleren op de toenemende verdichting. Door het realiseren van een kwalitatieve inbreiding op een verlaten terrein in het centrum van de wijk, beoogt het AGSO een trigger-effect voor de hele buurt.

De stad Oostende is door haar metropoolkarakter een buitenbeentje aan de kust. De reden achter het culturele en architecturale succes is volgens Martens deels te verklaren door de bevolkingssamenstelling in Oostende. Daar waar de bevolking in de meeste badsteden voor het grootste deel bestaat uit mensen met een tweede verblijf, is dat in Oostende maar een fractie van de populatie. "Het verschil met een badstad als Middelkerke bijvoorbeeld is enorm. Daar waar in Middelkerke 67% van de woningen een tweede verblijf zijn, is dat in Oostende maar 17%."

 

Natuurbehoud is landschapsarchitectuur

Naast de stedelijke evoluties zijn er ook landschappelijke ingrepen merkbaar aan de kust. Op bepaalde plaatsen creëert men ruimte voor ontwikkeling. De Panne en Blankenberge zijn sterk bezig met het herwaarderen van hun duinen en polders. De provincie West-Vlaanderen neemt veel initiatieven om landschapsontwikkeling te bevorderen. Zo is er Leefbare Haven Zeebrugge, een geheel van landschappelijk plannen met als doel de hinder van de haven van Zeebrugge voor de omliggende dorpen te verminderen en te dempen. Aandachtspunten zijn een masterplan voor fietsmobiliteit, de aanleg van een buurtpark, een groene buffer in Zwankendamme en Ramskapelle en het opwaarderen van de poldergebieden rond de haven.
Dat Oostende ook op gebied van landschapsontwikkeling en participatie de leiding neemt bewijzen tal van projecten in en rond de stad. Zo is het Maria Hendrikapark in het centrum van de stad een voorbeeld van hoe participatie een meerwaarde biedt aan de realisatie van projecten in de publieke sfeer. De Oostendenaars, de gebruikers van het park, kregen rechtstreeks inspraak tijdens het ontwerpproces. In 2007 werd deze manier van werken beloond en mocht de stad plechtig de prijs "bouwheer van het jaar" in ontvangst nemen van de Vlaams Bouwmeester. Een ander interessant project is Duin & Zee, een jeugdverblijfcentrum dat geïntegreerd is in de natuur, waarbij gezocht werd naar de symbiose tussen jeugd en groen. Ook hier werd de kaart van participatie getrokken, wat leidde tot een kwaliteitsvolle metamorfose van een verloederde site. Oostende werpt ook grote ogen met haar plannen voor het Krekengebied. In samenwerking met de Vlaamse landmaatschappij wordt 630 hectare bos, kreken en akkers heringericht om natuur en milieu te beschermen. Het 'natuurinrichtingsproject' omvat een verdere aanleg van het stadsrandbos, een herwaardering van oevers en kreken, de aanleg van fiets –en wandelpaden en een grootschalige opkuis van het polderlandschap.

 

Een masterplan voor de kust

Marc Martens merkt op dat het ruimtelijk beleid van Oostende niet representatief is voor de hele kustlijn. Dat is o.a. het gevolg van de eerder aangehaalde socio-economische en demografische factoren, maar ook door de mentaliteit van de projectontwikkelaars. Daarom is een nieuw ruimtelijk kustontwerp volgens hem cruciaal, een plan dat niet alleen focust op toerisme. Martens: "Er zou een strategisch structuurplan voor de kust moeten worden ontwikkeld, naar analogie met dat van Antwerpen. Een overkoepelende visie die rekening houdt met mobiliteit en een reorganisatie van de bouwtoelatingen." Daarbij moet ook uitgekeken worden naar een multifunctionele en duurzamere bouwcultuur. "Voor mij is architectuur een ruimtelijk antwoord geven op de maatschappelijk vragen van vandaag. En voor alle duidelijkheid: toeristische architectuur aan de kust, die amper vier maanden per jaar optimaal wordt benut, biedt onvoldoende antwoord. Men moet gebouwen neerzetten die, wanneer de toeristische functie niet meer van toepassing is, andere functies kunnen herbergen." (EV)