GEZOCHT: TRENDBREUK VOOR COLLECTIEF WONEN

"De huidige trend tot collectief wonen focust nog te veel op de woonobjecten zelf, en te weinig op de woonomgeving." Met die vaststelling wil Vlaams Bouwmeester, Peter Swinnen de Vlaamse regering aansporen om een degelijk kader te voorzien voor duurzame groepswoningbouw. Tijdens een gesprek met Christoph Grafe, directeur van het Vlaams Architectuurinstituut (VAi), kijkt Swinnen naar een maatschappij waar het belang van collectief wonen toeneemt.

Woningen die in groep gebouwd zijn en een samenhangend geheel uitmaken', die omschrijving van groepswoningbouw dekt vandaag de lading niet meer. De moderne groepswoningbouw houdt veel meer in dan het opeenstapelen van individuele woonentiteiten. Groepswoningbouw of 'meervoudig wonen' biedt vandaag een noodzakelijk alternatief voor het 'huisje-tuintje-buiten de stad'-woonideaal uit de 20ste eeuw. Demografische evoluties (bevolkingsstijging, gewijzigde gezinssamenstelling, vergrijzing) en de huidige economische en ecologische situatie (stijgende grondprijzen, hoge mobiliteitskosten en energetische eisen) dwingen architecten, stedenbouwkundigen en beleidsmensen om creatiever om te gaan met ruimte in een stedelijke context.

 

Meerwaarde van collectief wonen

"In heel Europa wint de overtuiging dat groepswoningbouw, die het individuele en het collectieve weet te verenigen, dé woonvorm is van de toekomst." In dit citaat uit het boek 'Wonen in Meervoud, groepswoningbouw in Vlaanderen 2000-2010', schuilt een optimisme dat niet helemaal terecht is. Volgens Vlaams bouwmeester Peter Swinnen is er nog veel werk aan de winkel om de Vlaming te overtuigen dat groepswoningbouw en collectief wonen een sterk alternatief is voor de eengezinswoning. "In Vlaanderen is er op gebied van goede groepswoningbouw bijna sprake van een 'nulsituatie", stelt Swinnen vast. "De reden daarvoor is dat de doorsnee Vlaming er een sterk individuele stelling op na houdt ten aanzien van wonen." Christoph Grafe, directeur van het VAi, is het hiermee eens en duidt op het belang van de menselijke drang naar autonomie. Groepswoningbouw zou daar aan tegemoet moeten komen. Een vraag die beleidsmensen en architecten zich volgens Grafe moeten stellen is: "Hoe kan je in een stadscontext collectief wonen voorzien waarbij de bewoner toch nog een autonoom gebied voor zichzelf heeft?" Het één sluit volgens Swinnen het andere niet uit. Hij ziet het vooral als een kwestie van ingenieus om te gaan met deze twee schijnbare uitersten en dit ook zo te communiceren naar het grote publiek toe. "Ik denk dat het belangrijk is om bij groepswoningbouw in te zetten op zaken die je in een doorsnee woning niet kan bereiken, zaken die een meerwaarde bieden." Hij denkt dan in de eerste plaats aan collectieve voorzieningen in een stedelijke context.
"Op die manier ga je wel grotere groepen over de streep kunnen trekken." Een rol die volgens hem is weggelegd voor het beleid. Het is de overheid die voor signalen en impulsen moet zorgen om collectief wonen te bevorderen.

 

330.000 extra wooneenheden tegen 2030

Het is broodnodig dat er een structureel plan komt om kwalitatieve groepswoningbouw in Vlaanderen en Brussel op grote schaal mogelijk te maken. Een recente prognose van de Studiedienst van de Vlaamse Overheid zegt dat er tegen 2030 nood is aan 330.000 entiteiten om evenveel gezinnen en alleenstaanden te kunnen huisvesten. "Die kritische vraag naar extra wooncapaciteit zal er ongetwijfeld voor zorgen dat dit een politiek programma wordt." Voor bouwmeester Swinnen is het belangrijk dat een dergelijk programma vroeg genoeg aanvang neemt. "Ik denk dat er in eerste instantie een soort van bewustzijn moet komen bij de overheid dat er beleidspotentieel is. Dit mag echter niet gereduceerd worden tot noodoplossingen."

Wil dit zeggen dat er vandaag in de verste verte geen draagvlak is voor groepswoningbouw? Neen. Swinnen stelt vast dat groepswoningbouw, zowel op de privémarkt als op maatschappelijk niveau, steeds meer aan belang wint. "Dat heeft te maken met het feit dat de gezinssituaties anders zijn dan vroeger en dat er vandaag minder betaalbare grond beschikbaar is. De vraag naar nieuwe woonvormen neemt hierdoor toe. De stelling dat er geen draagvlak zou zijn voor collectief wonen is dus achterhaald." Volgens Swinnen heerst er momenteel wel nog een te beperkte perceptie ten aanzien van groepswoningbouw. "Het probleem bij collectief wonen is dat er nog altijd heel hard wordt gefocust op de objecten zelf, en te weinig op de woonomgeving. Algemeen gezien is er teveel te doen rond typologie en te weinig rond planologie." De Vlaams bouwmeester pleit dus voor een aanpak op grotere schaal, waarbij denken op stedelijke niveau cruciaal is. Om te vermijden dat we in 2030 een drastische inhaalbeweging moeten maken duidt hij op het belang van een logische stedelijke ontwikkeling. "Er is nood aan een algemeen plan dat als een leidraad kan dienen voor stedenbouwkundige beslissingen in het Vlaanderen van de toekomst."


Sociale huisvesting & groepswoningbouw,
a different story

Maar al te vaak wordt collectief wonen in Vlaanderen geassocieerd met sociale huisvesting. Hoewel beiden vormen van wonen een parallelle ontwikkeling kennen, is het volgens Swinnen en Grafe beter ze van elkaar te onderscheiden. De oorzaak van deze connotatie is volgens Grafe te zoeken in de perceptie die in vele Noord-Europese landen heerst. "In veel van deze landen wordt collectieve woningbouw nog steeds geassocieerd met een tijdelijke manier van wonen. Ofwel woon je er als vrijgezel, dus vooraleer men zich gaat vestigen, ofwel wordt het gezien als een soort van sociale declassering." Dat we af moeten van dit beeld is duidelijk. Daarom is het belangrijk om sociale huisvesting niet naar voren te schuiven als een voorbeeld voor groepswoningbouw. Swinnen: "Sociale huisvesting een te prominente rol toebedelen bij het promoten van collectief wonen is volgens mij net de potentiële doodsteek voor sociale woningbouw." Het is beter om te kijken naar gebieden waar collectief wonen zich al in een veel verder stadium bevindt. Grafe wijst hier op Zuid-Europese landen als Italië en Spanje. "Het Zuid-Europese model, waar de middenklasse gewend is aan het wonen in stadsappartementen met vaak mooi vormgegeven buitenruimten en waar collectieve ruimten (bv. gedeelde daktuinen) deel uitmaken van het wonen." (EV)



 

OPENGESTELDE GEBOUWEN

GROEN KWARTIER
Marialei , 2018 Antwerpen
Architect: 360 Architecten, Beel & Achtergael , Huiswerk Architecten
Lees meer

RESIDENTIE KREKENHOF
IJzerwegstraat 2, 8400 Oostende
Architect: Lams - Van Mieghem Architecten
Lees meer

DE STEYMER
André Dumontlaan 129-131-133-135, 3600 Genk
Architect: LAVA architecten, VBM architecten
Lees meer


RONDLEIDINGEN

ANTWERPEN NOORD
wandeling
bibliotheek Permeke, De Coninckplein 26
Start: 13:00
Duur: 1,5 u
Prijs: € 8
Lees meer

LUCHTBAL
wandeling
stedelijke kleuterschool de Dolfijntjes, Dr. Decrolystraat 2
Start: 13:30
Duur: 1,5u
Prijs: € 8
Lees meer

WONEN IN MEERVOUD IN LIMBURG
bus
Stadsbibliotheek, Stadsplein 3, 3600 Genk
Start: 14:00
Duur: 3u
Prijs: € 15
Lees meer

ARCHITECTUURROUTE WONEN VLAAMS-BRABANT
bus
VAC, Diestsepoort, 3000 Leuven
Start: 09:30
Duur: 3,5 u
Prijs: € 15
Lees meer

WONEN IN MEERVOUD LEUVEN
fiets
Zwembadsite, Hogeschoolplein 2, 3000 Leuven
Start: 09:30-14:00
Duur: 3,5 u
Prijs: € 8
Lees meer